Kerntaken
Het Regionaal Technologisch Centrum Vlaams-Brabant kadert in het beleid van het Vlaams Ministerie van Onderwijs & Vorming, om het technisch onderwijs, de opleidings- en vormingsverstrekkers en het bedrijfsleven beter op mekaar af te stemmen en meer intensief te laten samenwerken rond concrete projecten.
RTC's ontvangen financiële middelen om de decretaal toegewezen doelstellingen te realiseren. (klik hier om het decreet te lezen). Vlaams minister van Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke heeft in zijn beleidsnota deze doelstellingen als volgt omschreven (klik hier om de volledige beleidsnota van onderwijs te lezen)
"TSO-BSO scholen hebben nood aan aangepaste infrastructuur en apparatuur. Er is een onderscheid tussen basisuitrusting, die in elke school nodig is om de leerplannen te realiseren, en hoogtechnologische infrastructuur die niet noodzakelijk in de school moet aanwezig zijn, maar waar de leerlingen op één of andere manier wel toegang toe dienen te krijgen.
Voor hoogtechnologische infrastructuur kunnen de Regionale Technologische Centra een rol spelen, in de eerste plaats als afsprakenplatform voor de toegankelijkheid van de gesofisticeerde uitrusting binnen het betrokken werkingsgebied (Vlaams-Brabant en Brussels Hoofdstedelijk gewest). In principe creëren RTC's geen nieuwe werkplaatsen, maar inventariseren ze aanwezige apparatuur en infrastructuur om vervolgens afspraken te maken zodat leerlingen en leerkrachten ermee kunnen werken. Het kan hierbij zowel om machines gaan in de andere opleidingsinstellingen, als om apparatuur in bedrijven.
RTC's coördineren netoverschrijdende initiatieven voor de problematiek onderwijs-arbeidsmarkt. De Vlaamse regering zal het takenpakket van de RTC's als afsprakenplatform uitbreiden tot alle opleiders in het werkingsgebied.
Op middenlange termijn moet de hele RTC-werking ingepast worden in een globaal onderwijs-arbeidsmarktbeleid. De RTC's werken essentieel als partnership van belanghebbenden. De overheid stelt de doelstellingen, faciliteert en controleert de besteding van de middelen die ze zelf inbracht. Het beleid wordt door de partners gevoerd. Ook de publieke opleidingsversterkers VDAB en Syntra worden sterk betrokken. Ook de provincie kan een belangrijke inbreng hebben."
|